Configuratie ingebouwde VPN-client op MacOSX Snow Leopard (10.6) en 10.7
Ga naar het Apple-teken in de linkerbovenhoek
Systeemvoorkeuren - Netwerk
Druk op het + teken in de rechteronderhoek van het kader
Selecteer bij de interface 'VPN'
Eronder klikt u 'Cisco IPsec' aan
Dan klikt u 'maak' aan
In het volgende kader tikt u bij 'Serveradres': rtrvpn.UGent.be in
Eronder vult u gebruikersnaam en paswoord in
Dan klikt u op 'Instellingen identiteitscontrole'
Bij 'Gedeeld geheim' tikt u: cisco123
Bij 'Groepsnaam': ipsecclient
Klik 'OK'
Vink 'Toon VPN-status in menubalk' aan.
Klik 'Pas Toe'.
Installatie Cisco VPN client op oudere Mac versies
De software is enkel geschikt voor MacOS X vanaf 10.1.5 (de cisco client 4.9 werkt ook op Leopard). Onderstaande beschrijving is gebaseerd op de versie OS X.4. Er kunnen zich kleine verschillen voordoen bij andere versies.
U kan de laatste versie van de vpnclient-software downloaden (9MB).
Dit kan enkel na uw akkoord met de Verklaring inzake het gebruik van Cisco VPN-client.
De software is beschikbaar als een .dmg bestand.
Er verschijnt automatisch een venster met 'Cisco VPN Client.mpkg' met de vraag het installatiepakket uit te voeren. Dubbelklik het icoon. Kies steeds 'Ga Door' en ga 'Akkoord' met de 'Software License Agreement'.
Als doelvolume selecteert u 'Mac OS X.4' (of een andere versie indien het geval). Volg de verdere instructies.
Klik op het hangslot als u de melding krijgt "You need an Administrator password to install the software" en geef een login/wachtwoord op van uw eigen Mac met administrator privileges.
Als de installatie succesvol was, vindt u het pakket onder 'Applications' of 'Programs' (afhankelijk van uw versie) - 'VPNclient'. Start de client op.
Om de VPN client te configureren moet u het UGent Configuratiebestand dat u net downloadde importeren. Kies 'Import' en selecteer het bestand 'UGent.pcf' dat u op uw bureaublad gedownload heeft.
Na het importeren van de file kunt u de VPN-verbinding onmiddellijk gebruiken .